ECLI:NL:CRVB:2024:333
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. Volgens de Algemene wet bestuursrecht dient bij het indienen van een beroepschrift het griffierecht te worden betaald. Appellant is hier meerdere malen schriftelijk op gewezen, met duidelijke termijnen voor betaling.
Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet binnen de gestelde termijn voldaan. De Raad oordeelt dat appellant daardoor in verzuim is en verklaart het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 21 februari 2024. Tegen deze beslissing kan binnen zes weken schriftelijk verzet worden ingesteld.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.