ECLI:NL:CRVB:2024:265

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
17 januari 2024
Publicatiedatum
13 februari 2024
Zaaknummer
23/1683 ONBEK
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:104 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onbevoegdverklaring hoger beroep tegen uitspraak rechtbank in verzetprocedure sociale zekerheid

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag in een verzetprocedure zoals bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat op grond van artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder c, van de Awb tegen een dergelijke uitspraak geen hoger beroep openstaat, waardoor de Raad zich onbevoegd verklaart het hoger beroep te behandelen.

De Raad stelt vast dat de aangevallen uitspraak een uitspraak is in een verzetprocedure tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank, en dat de wet expliciet hoger beroep tegen deze uitspraak uitsluit. Daarom wordt het hoger beroep zonder inhoudelijke behandeling afgewezen.

Daarnaast bepaalt de Raad dat het betaalde griffierecht van €136,- aan appellante wordt terugbetaald, omdat het hoger beroep kennelijk niet ontvankelijk is. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd. De uitspraak is gedaan door D. Hardonk-Prins en uitgesproken in het openbaar op 17 januari 2024.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd het hoger beroep te behandelen en bepaalt terugbetaling van het griffierecht.

Uitspraak

Datum uitspraak: 17 januari 2024
23/1683 ONBEK
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 26 april 2023, 22/7716 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld.

OVERWEGINGEN

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank beslist op het verzet van appellante tegen een uitspraak van de rechtbank als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De aangevallen uitspraak is een uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Awb.
In artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder c, van de Awb is bepaald dat tegen een uitspraak van de rechtbank als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Awb geen hoger beroep kan worden ingesteld.
De Raad is dan ook kennelijk onbevoegd om van het door appellante ingestelde hoger beroep kennis te nemen, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.
De Raad ziet aanleiding te bepalen dat het in hoger beroep betaalde griffierecht door de griffier aan appellante wordt terugbetaald.
Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep
- verklaart zich onbevoegd;
- bepaalt dat het betaalde griffierecht van € 136,- door de griffier van de Centrale Raad van Beroep aan appellante wordt terugbetaald.
Deze uitspraak is gedaan door D. Hardonk-Prins, in tegenwoordigheid van A. Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 januari 2024.
Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.