ECLI:NL:CRVB:2024:26
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang bij ontheffing arbeidsverplichtingen
Appellant ontvangt al geruime tijd bijstand en is ontheven van de arbeidsverplichtingen op grond van de Participatiewet tot aan zijn pensioengerechtigde leeftijd. Na bezwaar en een eerdere procedure heeft het college een besluit genomen dat appellant vrijstelt van arbeidsverplichtingen. Appellant stelde dat zijn positie niet verbeterd was en maakte opnieuw bezwaar, dat niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank oordeelde dat het college het bezwaar als een herzieningsverzoek had moeten behandelen en gaf opdracht tot een nieuw besluit.
Het college handhaafde het besluit tot ontheffing van arbeidsverplichtingen. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, stellende dat zijn financiële en huisvestingssituatie niet verbeterd was. De Raad beoordeelde ambtshalve of appellant voldoende procesbelang had en concludeerde dat dit niet het geval was, aangezien het beoogde resultaat (behoud van bijstand en ontheffing arbeidsverplichtingen) reeds was bereikt.
Daarom verklaarde de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees hij een inhoudelijke beoordeling af. Tevens werd geen vergoeding van proceskosten toegekend. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 9 januari 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.