ECLI:NL:CRVB:2024:255
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdig betalen griffierecht
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter inzake de afwijzing van een verzoek om schadevergoeding. De Centrale Raad van Beroep heeft vastgesteld dat het griffierecht van €134,- niet binnen de gestelde termijn is voldaan, ondanks herhaalde aanmaningen. Hierdoor is het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke behandeling.
De Raad baseert zich op artikel 8:41 en Pro 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht, waarin de verplichting tot betaling van griffierecht bij hoger beroep is geregeld. Appellant is zowel per brief als aangetekende brief gewezen op de betalingstermijnen en de consequenties van niet tijdige betaling.
De Raad oordeelt dat op grond van de beschikbare gegevens redelijkerwijs niet kan worden aangenomen dat appellant niet in verzuim is geweest. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door C.E.M. Marsé en uitgesproken in het openbaar op 16 januari 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.