ECLI:NL:CRVB:2024:2443
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens schending inlichtingenplicht
Appellante ontving sinds 2010 bijstand en werd onderzocht wegens vermoedens van verduistering. Uit het onderzoek bleek dat zij sieraden had beleend en geveild, aanzienlijke contante opnames had gedaan zonder dit te melden, en in het buitenland verbleef zonder melding. Het college trok daarom haar bijstand per 16 oktober 2018 in wegens schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde het besluit. Appellante voerde aan geen inkomen te hebben en niet in staat te zijn te werken, maar gaf geen objectieve onderbouwing voor haar stellingen. De Raad stuurde een regiebrief om nadere motivering te vragen, maar appellante reageerde niet.
De Raad concludeert dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De intrekking van de bijstand blijft van kracht en appellante krijgt geen proceskostenvergoeding of griffierecht terug.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de bijstand blijft gehandhaafd.