ECLI:NL:CRVB:2024:2014

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
3 oktober 2024
Publicatiedatum
30 oktober 2024
Zaaknummer
23/1356 BABW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag Gehandicaptenparkeerkaart wegens ontbreken continue begeleidingsafhankelijkheid

Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een Gehandicaptenparkeerkaart (GPK), die door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam is afgewezen omdat zij niet voldoet aan de voorwaarden. Het besluit is na bezwaar gehandhaafd. De rechtbank Amsterdam heeft het beroep tegen dit besluit ongegrond verklaard.

Appellante voert aan dat zij door diabetes en hartproblemen regelmatig ernstige klachten ervaart, waaronder hypoglykemieën die leiden tot duizeligheid, trillen en flauwvallen, en dat zij angst heeft om alleen te zijn. Zij stelt dat dit maakt dat zij niet kan wachten tot de bestuurder de auto heeft geparkeerd.

De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het college terecht heeft afgezien van toekenning van de GPK. De medische adviezen van de GGD-arts, waarop het college zich baseert, geven aan dat appellante niet continu afhankelijk is van hulp van de bestuurder bij het vervoer van deur tot deur. Er zijn geen medische stukken overgelegd die het tegendeel aantonen. De Raad erkent de zorg van de familie, maar ziet geen reden om de medische beoordeling te verwerpen.

De Raad wijst erop dat eventuele latere wijzigingen in de gezondheidssituatie bij een nieuwe aanvraag kunnen worden meegenomen. Het hoger beroep wordt afgewezen, de eerdere uitspraak blijft in stand en appellante krijgt geen proceskostenvergoeding.

Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag voor een Gehandicaptenparkeerkaart wordt bevestigd omdat appellante niet medisch kan aantonen dat zij continue begeleidingsafhankelijk is.

Uitspraak

23/1356 BABW
Datum uitspraak: 3 oktober 2024
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 10 maart 2023, 22/3696 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (college)
Zitting heeft: D. Hardonk-Prins, als lid van de enkelvoudige kamer
Griffier: M. Dafir
Voor appellante is haar dochter [naam dochter] verschenen, bijgestaan door mr. F.R.G. Keijzer, advocaat. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A. de Waal.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.

OVERWEGINGEN

Inleiding

1.1.
Bij besluit van 19 augustus 2021 heeft het college de aanvraag van appellante voor een Gehandicaptenparkeerkaart (GPK) afgewezen, omdat appellante niet voldoet aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een GPK. Dit besluit is na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 12 juli 2022 (bestreden besluit). Het college heeft hieraan ten grondslag gelegd dat uit het medisch onderzoek is gebleken dat appellante niet van deur tot deur afhankelijk is van derden en geen continue begeleiding bij het lopen nodig heeft. Hierbij is verwezen naar de medische adviezen van de GGD-arts.
Uitspraak van de rechtbank
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten.
Het standpunt van appellante
3. Appellante is het niet eens met de uitspraak van de rechtbank. Volgens appellante is ten onrechte onvoldoende gewicht toegekend aan haar verhaal. Zij heeft niet goed te reguleren diabetes en dit heeft met regelmaat geleid tot een hypo, waarbij niet alleen duizeligheid optreedt, maar ook ernstig trillen en zelfs flauwvallen. Daarnaast is sprake van hartproblematiek. Als gevolg hiervan heeft appellante een angst ontwikkeld om alleen te zijn en kan zij niet even wachten op de bestuurder totdat de auto is geparkeerd.

Het oordeel van de Raad

4.1.
De te beoordelen periode in geval van een aanvraag als hier aan de orde is de periode vanaf 7 april 2021, de datum van de aanvraag, tot en met 12 juli 2022, de datum van het bestreden besluit. De Raad spreekt waardering uit voor de zorg waarmee de familie appellante omringt.
4.2.
Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat het college de aanvraag van appellante voor een GPK voor een passagier op goede gronden heeft afgewezen. Het college heeft zich daarbij mogen baseren op de medische adviezen van de GGD, waarin is geconcludeerd dat appellante weliswaar niet in staat is zelfstandig een afstand van meer dan honderd meter aan een stuk te voet te overbruggen, maar dat zij voor het vervoer van deur tot deur niet continu afhankelijk is van de hulp van de bestuurder. In wat appellante heeft aangevoerd, ziet de Raad geen reden voor het oordeel dat de GGD onvoldoende acht heeft geslagen op het verhaal van appellante of dat de adviezen van de GGD anderszins niet zorgvuldig tot stand zijn gekomen. Ook ziet de Raad geen aanleiding om te twijfelen aan de bevindingen en adviezen van de GGD-arts. Het college heeft, onder verwijzing naar de adviezen en reacties van de GGD, overtuigend uiteengezet dat de door appellante gestelde problematiek voor wat betreft de hier te beoordelen periode niet medisch kan worden geobjectiveerd. Appellante heeft geen (medische) stukken overgelegd waaruit afgeleid kan worden dat wél sprake is van een continue begeleidingsafhankelijkheid.
4.3.
De Raad wijst erop dat mogelijk na de te beoordelen periode opgetreden wijzigingen in de gezondheid van appellante kunnen worden betrokken bij de beoordeling van een nieuwe aanvraag.

Conclusie en gevolgen

5.1.
Dit betekent dat het hoger beroep niet slaagt en de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt. De rechtbank heeft het bestreden besluit terecht in stand gelaten.
5.2.
Omdat het hoger beroep niet slaagt, krijgt appellante geen vergoeding voor haar proceskosten en het betaalde griffierecht.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) M. Dafir (getekend) D. Hardonk-Prins