Uitspraak
22 maart 2024, 23/4518 (aangevallen uitspraak)
[appellant] (appellant)
Centrale Raad van Beroep
Appellant, vertegenwoordigd door een gemachtigde, heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam in een zaak betreffende de Wet langdurige zorg (WLZ).
De Raad heeft appellant per brief gewezen op de verplichting tot betaling van een griffierecht van €138,- binnen 28 dagen na verzending van de brief. Appellant heeft een beroep op betalingsonmacht gedaan, maar is niet tijdig ingegaan op het verzoek van de Raad om het formulier betalingsonmacht in te vullen en terug te sturen. Hierdoor is het beroep op betalingsonmacht afgewezen.
Vervolgens is appellant nogmaals aangetekend herinnerd aan de betaling van het griffierecht met de waarschuwing dat niet-betaling leidt tot niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep. Het griffierecht is niet betaald binnen de gestelde termijn. De Raad oordeelt dat appellant in verzuim is en verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.