Uitspraak
26 maart 2024, 23/4098
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Gelderland. Volgens de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het betalen van griffierecht verplicht voor de behandeling van het hoger beroep. Appellant is meerdere malen schriftelijk en aangetekend gewezen op de verschuldigdheid en de betalingstermijnen van het griffierecht, waarbij brieven zowel naar een adres in België als naar het postadres in Duitsland zijn gestuurd.
Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet binnen de gestelde termijnen betaald. De Raad oordeelt dat appellant daardoor in verzuim is en dat het hoger beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 1 oktober 2024.
De beslissing betekent dat het hoger beroep niet inhoudelijk wordt behandeld en dat de uitspraak van de rechtbank Gelderland blijft staan. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken schriftelijk verzet worden aangetekend.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.