Uitspraak
22 januari 2024, 23/1357
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Limburg. De Centrale Raad van Beroep heeft appellant tweemaal schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €138,-, met duidelijke termijnen voor betaling.
Ondanks deze aanmaningen is het griffierecht niet binnen de gestelde termijnen voldaan. De Raad oordeelt dat appellant in verzuim is en verklaart het hoger beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door M. Wolfrat, in aanwezigheid van griffier A. Giesen, en uitgesproken in het openbaar op 17 september 2024. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken schriftelijk verzet worden ingesteld.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.