ECLI:NL:CRVB:2024:1649
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van schorsing terugbetalingsperiode studiefinanciering na verlenging diplomatermijn
Appellante verzocht de minister om de terugbetalingsperiode van haar studieschuld te schorsen. De minister wees dit verzoek af bij besluit van 15 maart 2021, omdat de diplomatermijn voor appellante in september 2020 was verstreken. Appellante maakte bezwaar, waarop de minister de diplomatermijn verlengde en de terugbetalingsperiode schorste.
Vervolgens verklaarde de minister het bezwaar niet-ontvankelijk wegens het wegvallen van belang. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond, omdat appellante hiermee niets anders kon bereiken dan de reeds verleende schorsing.
Appellante ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep, die het hoger beroep ongegrond verklaarde omdat appellante geen nieuwe gronden aanvoerde en de rechtbank de zaak voldoende had gemotiveerd. De Raad bevestigde de uitspraak en liet het bestreden besluit in stand, waarbij appellante geen proceskostenvergoeding kreeg.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.