ECLI:NL:CRVB:2024:1520
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen informatieve brief Wmo 2015
Appellante had een maatwerkvoorziening voor individuele begeleiding op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) en verzocht om verlenging hiervan. Het college stuurde haar een informatieve brief over het te verrichten onderzoek nadat zij niet was verschenen op een gesprek. Appellante reageerde met een brief die het college als bezwaarschrift aanmerkte. Het college verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat de brief van 6 december 2021 geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) was.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze niet-ontvankelijkverklaring ongegrond en oordeelde dat de brief slechts informatie bevatte en geen rechten of verplichtingen wijzigde. Appellante stelde in hoger beroep dat de rechtbank onjuist had geoordeeld zonder haar klachten te behandelen. De Raad toetste dit en concludeerde dat de rechtbank terecht het bezwaar niet-ontvankelijk had verklaard en dat er geen wettelijke grondslag is om een uitspraak uit te stellen totdat klachten over het college zijn behandeld.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Appellante krijgt het betaalde griffierecht niet terug. De uitspraak is gedaan door D. Hardonk-Prins op 24 juli 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.