Appellante, met lichamelijke klachten die het openen van een schuifdeur bemoeilijken, vroeg een woningaanpassing aan op grond van de Wmo 2015. Het college wees de aanvraag af en verklaarde het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van belang bij inhoudelijke beoordeling. De rechtbank handhaafde dit besluit en wees een schadevergoeding wegens termijnoverschrijding af.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellante wel degelijk belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling omdat zij de woningaanpassing nog steeds wenst. Het college had niet mogen aannemen dat appellante alleen een ander afwijzend besluit wilde. Daarnaast is de redelijke termijn met bijna tien maanden overschreden, waardoor de rechtbank ten onrechte het verzoek om schadevergoeding afwees.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het bestreden besluit, draagt het college op binnen acht weken een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen, en veroordeelt het college tot een immateriële schadevergoeding van € 1.000,- en vergoeding van het betaalde griffierecht. Het beroep tegen de nieuwe beslissing kan uitsluitend bij de Raad worden ingesteld.