Uitspraak
31 januari 2023, 22/5049
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam. De Centrale Raad van Beroep heeft appellant meerdere keren schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €136,-, met duidelijke termijnen voor betaling. Ondanks deze aanmaningen is het griffierecht niet voldaan.
De Raad heeft de aangetekende brief van 21 april 2023 retour ontvangen omdat appellant deze niet heeft opgehaald, waarna de brief opnieuw per gewone post is verzonden. Op basis van de beschikbare gegevens is vastgesteld dat appellant in verzuim is geweest met de betaling.
Daarom is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke behandeling van de zaak. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door C.E.M. Marsé op 11 juni 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.