Uitspraak
26 mei 2023, 23/326
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland. Zij gaf aan niet in staat te zijn het griffierecht te betalen en verzocht om uitstel en een beroep op betalingsonmacht. De Raad heeft appellante herhaaldelijk verzocht het formulier betalingsonmacht in te vullen en gewezen op de gevolgen van het niet tijdig betalen van het griffierecht.
Ondanks meerdere herinneringen en verlengingen heeft appellante het formulier niet tijdig ingevuld en het griffierecht niet betaald. De Raad heeft het beroep op betalingsonmacht afgewezen en appellante meerdere malen gewezen op de gevolgen van het niet betalen van het griffierecht, waaronder de niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep.
Op grond van de beschikbare gegevens oordeelt de Raad dat appellante in verzuim is geweest. Het hoger beroep wordt daarom kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 9 juli 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.