Uitspraak
24 november 2023, 22/5509
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. De Centrale Raad van Beroep heeft appellant bij brief van 13 december 2023 en opnieuw bij aangetekende brief van 13 januari 2024 gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €136,- binnen respectievelijk 28 dagen en vier weken na de briefdatum. Ondanks deze waarschuwingen heeft appellant het griffierecht niet tijdig voldaan.
De Raad oordeelt dat appellant in verzuim is en verklaart het hoger beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De beslissing is genomen zonder inhoudelijke behandeling van het beroep.
De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 25 juni 2024. Tegen deze uitspraak staat binnen zes weken verzet open voor belanghebbenden en het bestuursorgaan.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.