ECLI:NL:CRVB:2024:1251
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand wegens weigering medewerking huisbezoek na anonieme melding en waarnemingen
Appellante ontving sinds 2013 bijstand op grond van de Participatiewet. Naar aanleiding van een anonieme melding en waarnemingen rondom haar uitkeringsadres startte de gemeente een onderzoek naar de rechtmatigheid van haar bijstand. Het waterverbruik op het adres was significant hoger dan gemiddeld, en er werden meerdere waarnemingen gedaan van personen en voertuigen die deden vermoeden dat zij niet alleen woonde.
De gemeente wilde een huisbezoek afleggen, maar appellante weigerde dit ondanks herhaalde pogingen en een hersteltermijn van 15 minuten. Het college trok daarop de bijstand per 22 juni 2021 in wegens niet meewerken aan het huisbezoek. De rechtbank vernietigde het besluit deels vanwege een verkeerde wettelijke grondslag voor de waarschuwing, maar liet de intrekking van de bijstand in stand.
In hoger beroep voerde appellante aan dat geen redelijke grond voor het huisbezoek bestond, dat een minder ingrijpend middel volstond, dat de hersteltermijn te kort was en dat zij een zwaarwegend belang had om het huisbezoek te weigeren. De Raad volgde de rechtbank en oordeelde dat het waterverbruik, de anonieme melding en de waarnemingen samen voldoende grond vormden voor het huisbezoek. De weigering om mee te werken mocht worden tegengeworpen, ook al was de uitleg aan de deur beperkt. Het hoger beroep werd verworpen en de intrekking van de bijstand bleef in stand.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens weigering medewerking aan huisbezoek blijft in stand.