ECLI:NL:CRVB:2024:1230
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. De gemachtigde van appellante is per brief en aangetekende brief gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht van €136,- en de uiterste betalingstermijnen. Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet binnen de gestelde termijn betaald.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellante in verzuim is en verklaart het hoger beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De beslissing is genomen zonder inhoudelijke behandeling van het hoger beroep.
De uitspraak is gedaan door rechter C.E.M. Marsé en griffier A. Giesen op 11 juni 2024. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken schriftelijk verzet worden ingesteld.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.