Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2024:1227

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
10 juni 2024
Publicatiedatum
26 juni 2024
Zaaknummer
23/638 PW-PV
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 15 AVGArt. 6:15 AwbArt. 8:105 AwbArt. 9 Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraakArt. 10 Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onbevoegdverklaring Centrale Raad van Beroep in hoger beroep tegen AVG-besluit

Appellant verzocht het college van burgemeester en wethouders van Enschede om kosteloze toezending van kopieën van zijn persoonsgegevens op grond van artikel 15 van Pro de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Het college verstrekte een deel van de gevraagde informatie digitaal via NextCloud, waartegen appellant bezwaar maakte. Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat de toezending geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) was. Na beroep trok het college het bestreden besluit in. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang.

Appellant stelde hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep, die echter oordeelde dat zij niet bevoegd is om over dit hoger beroep te oordelen omdat de Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak niet voorziet in bevoegdheid van de Raad voor besluiten op grond van artikel 15 AVG Pro. Daarom verklaarde de Raad zich onbevoegd en zond het hoger beroepschrift door aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

De Raad besloot tevens het betaalde griffierecht van appellant terug te betalen, omdat geen proceskostenvergoeding werd toegekend. Hiermee is het hoger beroep formeel afgedaan en wordt de behandeling voortgezet bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd en zendt het hoger beroep door aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitspraak

23/638 PW-PV
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 3 januari 2023, 21/1093 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Enschede (college)
Datum uitspraak: 10 juni 2024
Zitting heeft: M.A.H. van Dalen-van Bekkum
Griffier: L.C. van Bentum
Ter zitting zijn verschenen: Appellant en namens het college mr. I.T. te Brinke

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep
  • verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen te nemen van het hoger beroep gericht tegen de aangevallen uitspraak;
  • bepaalt dat de griffier het betaalde griffierecht van € 136,- aan appellant terugbetaalt.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
1.1.
Appellant heeft het college op 9 september 2020 op grond van artikel 15 van Pro de Algemene Verordening Gegevensverwerking (AVG) verzocht om kosteloze toezending van kopieën, in digitale vorm, van alle persoonsgegevens die het college over hem heeft verwerkt.
1.2.
Bij brief van 7 oktober 2020 heeft het college appellant bericht dat is besloten een deel van de door hem gevraagde informatie te verstrekken via toezending van kopieën van de desbetreffende documenten. Het gaat om niet eerder verstrekte kopieën van documenten waarin de persoonsgegevens van appellant zijn verwerkt over aanvragen van appellant op grond van de Participatiewet (PW). De documenten zullen beschikbaar worden gesteld via NextCloud.
1.3.
Op 20 oktober 2020 heeft appellant bericht ontvangen van het college dat de gegevens digitaal beschikbaar zijn gesteld op NextCloud. Appellant heeft hiertegen bezwaar gemaakt.
1.4.
Bij beslissing op bezwaar van 21 juni 2021 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard omdat de brief van 20 oktober 2020 niet aangemerkt kan worden als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
1.5.
Nadat appellant beroep had ingesteld tegen het bestreden besluit heeft het college bij brief van 1 november 2021 het bestreden besluit ingetrokken.
2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank heeft overwogen dat appellant geen belang meer heeft bij de behandeling van zijn beroep.
3.1.
Appellant heeft hoger beroep ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, tezamen met zijn hoger beroepen in vier andere zaken die de PW en de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 betreffen. De Afdeling heeft vervolgens alle zaken doorgestuurd naar de Raad. In die vier andere zaken (23/737 WMO15, 23/639 PW, 23/641 PW en 23/642 PW) is heden uitspraak gedaan.
3.2.
Op grond van artikel 8:105, eerste lid, van de Awb wordt het hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling), tenzij een andere hoger beroepsrechter bevoegd is ingevolge (…) de bij deze wet behorende Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak dan wel ingevolge een ander wettelijk voorschrift.
3.3.
Op grond van artikel 9 of Pro artikel 10 van Pro de Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak kan tegen een uitspraak van de rechtbank over een besluit, genomen op grond van een in die artikelen genoemd voorschrift of anderszins in die artikelen omschreven, hoger beroep worden ingesteld bij de Raad.
3.4.
Uit artikel 9 of Pro artikel 10 van Pro de Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak blijkt niet dat hoger beroep kan worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep tegen een uitspraak van de rechtbank over een besluit genomen op grond van (artikel 15 van Pro) de AVG. Dit blijkt ook niet uit enig ander wettelijk voorschrift. Dat betekent dat de Raad niet bevoegd is te oordelen over het hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak.

Conclusie en gevolgen

3.5.
De Raad zal zich onbevoegd verklaren om te oordelen over het hoger beroep. Het hoger beroepschrift zal met toepassing van artikel 6:15 van Pro de Awb ter behandeling worden doorgezonden aan de Afdeling.
4. Niet gebleken is van voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten. Appellant krijgt wel een teruggave van het griffierecht in hoger beroep.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) L.C. van Bentum (getekend) M.A.H. van Dalen-van Bekkum
Voor eensluidend afschrift
de griffier van de
Centrale Raad van Beroep