Uitspraak
4 augustus 2023, 22/1434
Centrale Raad van Beroep
In deze zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam inzake een TOZO-besluit. De gemachtigde van appellant werd op 18 oktober 2023 en opnieuw op 18 november 2023 schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €136,- binnen de gestelde termijnen.
Ondanks deze aanmaningen is het griffierecht niet tijdig voldaan. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant hierdoor in verzuim is en verklaart het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door M. Wolfrat, in aanwezigheid van griffier A. Giesen, en uitgesproken in het openbaar op 4 juni 2024. Tegen deze beslissing kan binnen zes weken verzet worden aangetekend.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.