Uitspraak
23 januari 2024, 23/2410
Centrale Raad van Beroep
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland in een socialezekerheidszaak. Volgens artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet het beroepschrift de gronden van het beroep bevatten. Het ingediende beroepschrift bevatte echter geen gronden.
Appellant werd bij brief van 7 maart 2024 in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen vier weken te herstellen, maar liet deze termijn voorbijgaan. Vervolgens werd bij aangetekende brief van 8 april 2024 nogmaals een termijn van vier weken gesteld met de waarschuwing dat overschrijding tot niet-ontvankelijkheid kan leiden. Ook deze termijn werd niet benut.
De Raad vond geen redenen die het verzuim konden verontschuldigen en verklaarde het hoger beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door M. Wolfrat, in aanwezigheid van griffier A. Giesen, op 4 juni 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden ondanks meerdere herstelmogelijkheden.