Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2023:992

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
24 mei 2023
Publicatiedatum
25 mei 2023
Zaaknummer
22 / 1204 AOW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 22 AOWArt. 23 AOW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging korting op AOW-pensioen wegens beperkte verzekeringsjaren

Appellant heeft een ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) aangevraagd en daarbij aangegeven dat hij van 21 juli 1977 tot 1 september 1978 in Nederland heeft gewoond en gewerkt. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) heeft na onderzoek vastgesteld dat appellant slechts over deze periode verzekerd is geweest en heeft een korting van 96% toegepast op het AOW-pensioen wegens 48 niet-verzekerde jaren.

Appellant maakte bezwaar tegen deze korting, stellende dat hij recht heeft op een volledig ouderdomspensioen omdat hij in Nederland heeft gewerkt. De Svb handhaafde het besluit en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.

De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep behandeld en is het eens met de rechtbank dat de Svb de verzekerde tijdvakken juist heeft vastgesteld. Appellant heeft geen aanvullende gegevens aangeleverd die het aantal verzekerde jaren zouden wijzigen. De persoonlijke omstandigheden van appellant rechtvaardigen geen hoger pensioen. Daarom wordt het beroep ongegrond verklaard en blijft de korting van 96% van kracht.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de korting van 96% op het AOW-pensioen blijft gehandhaafd.

Uitspraak

22/1204 AOW
Datum uitspraak: 24 mei 2023
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 2 maart 2022, 21/3526 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] , Marokko (appellant)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
PROCESVERLOOP
Met een besluit van 25 november 2020 heeft de Svb aan appellant een ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) toegekend met een korting van 96%. Appellant heeft daartegen bezwaar gemaakt. De Svb is met een besluit van 30 maart 2021 (bestreden besluit) bij de korting van 96% gebleven.
Appellant heeft tegen dat besluit beroep ingesteld. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak het beroep ongegrond verklaard.
Appellant heeft hoger beroep ingesteld. De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 april 2023. Appellant is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P.C.A. Buskens.

OVERWEGINGEN

Samenvatting

In deze zaak moet worden beoordeeld of appellant recht heeft op een hoger ouderdomspensioen dan de Svb hem heeft toegekend. De Raad is het eens met de rechtbank dat de Svb de verzekerde tijdvakken voor de AOW juist heeft vastgesteld. Appellant heeft geen recht op een hoger ouderdomspensioen.

Inleiding

1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.
1.1.
Appellant heeft bij zijn aanvraag om een ouderdomspensioen op grond van de AOW aangegeven dat hij in de periode van 21 juli 1977 tot 1 september 1978 in Nederland heeft gewoond en gewerkt. Daarna is hij naar Marokko teruggekeerd. Ter ondersteuning van zijn aanvraag heeft appellant een aantal brieven van zijn oud-werkgever en van het ziekenfonds toegezonden. De Svb heeft vervolgens onderzoek gedaan bij het pensioenfonds, de gemeente Den Haag en de oud-werkgever van appellant.
1.2.
De Svb heeft bij besluit van 25 november 2020 vanaf 9 april 2020 aan appellant een ouderdomspensioen toegekend. Daarbij heeft de Svb een korting toegepast van 96% wegens afgerond 48 niet verzekerde jaren. Appellant wordt verzekerd geacht over het tijdvak 21 juli 1977 tot en met 1 september 1978. Het bezwaar van appellant hiertegen heeft de Svb bij het bestreden besluit ongegrond verklaard.
Uitspraak van de rechtbank
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Volgens de rechtbank is gesteld noch gebleken dat appellant over meer perioden verzekerd is geweest dan door de Svb is aangenomen.
Het standpunt van appellant
3. Appellant heeft aangevoerd dat hij in Nederland heeft gewerkt en daarom recht heeft op een volledig ouderdomspensioen. Het ouderdomspensioen wat hij nu ontvangt is te weinig om van te leven.
Het oordeel van de Raad
4.1.
De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank en de motivering waarop dit berust en verwijst daarnaar. De Svb heeft onderzocht over welke tijdvakken appellant verzekerd kan worden geacht en dit verzekerd tijdvak vastgesteld op de periode tussen 21 juli 1977 tot en met 1 september 1978. Dit tijdvak komt ook overeen met wat appellant zelf heeft opgegeven als tijdvak van wonen en werken in Nederland. Appellant heeft in beroep en hoger beroep geen verdere gegevens ingebracht waaruit blijkt dat het door de Svb voor appellant vastgestelde aantal verzekerde jaren onjuist zou zijn. De Svb heeft de hoogte van het AOW-pensioen terecht vastgesteld op 4% van het volledige AOW-pensioen. De door appellant geschetste persoonlijke omstandigheden kunnen niet tot toekenning van een hoger ouderdomspensioen leiden.
Conclusie en gevolgen
4.2.
Het hoger beroep slaagt niet. De uitspraak van de rechtbank moet worden bevestigd. De Svb heeft terecht aan appellant een ouderdomspensioen op grond van de AOW toegekend van 4% van het volledige AOW-pensioen voor een gehuwde.
5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door M. Wolfrat, in tegenwoordigheid van D. Al-Zubaidi als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 mei 2023.
(getekend) M. Wolfrat
(getekend) D. Al-Zubaidi
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH Den Haag) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen over het begrip verzekerde.
DÉCISION
La Centrale Raad van Beroep (Cour d’appel Centrale),
Statue:
Confirme la décision attaquée.
Par conséquent, décidée par M. Wolfrat en présence de D. Al-Zubaidi en qualité de greffier, ainsi qua prononcée en public, le 24 mai 2023.