ECLI:NL:CRVB:2023:992
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting op AOW-pensioen wegens beperkte verzekeringsjaren
Appellant heeft een ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) aangevraagd en daarbij aangegeven dat hij van 21 juli 1977 tot 1 september 1978 in Nederland heeft gewoond en gewerkt. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) heeft na onderzoek vastgesteld dat appellant slechts over deze periode verzekerd is geweest en heeft een korting van 96% toegepast op het AOW-pensioen wegens 48 niet-verzekerde jaren.
Appellant maakte bezwaar tegen deze korting, stellende dat hij recht heeft op een volledig ouderdomspensioen omdat hij in Nederland heeft gewerkt. De Svb handhaafde het besluit en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep behandeld en is het eens met de rechtbank dat de Svb de verzekerde tijdvakken juist heeft vastgesteld. Appellant heeft geen aanvullende gegevens aangeleverd die het aantal verzekerde jaren zouden wijzigen. De persoonlijke omstandigheden van appellant rechtvaardigen geen hoger pensioen. Daarom wordt het beroep ongegrond verklaard en blijft de korting van 96% van kracht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de korting van 96% op het AOW-pensioen blijft gehandhaafd.