ECLI:NL:CRVB:2023:590
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging eervol ontslag reservist wegens niet langer benodigde dienstverhouding
Appellant was als reservist aangesteld bij het defensieonderdeel en kreeg per 1 mei 2019 eervol ontslag op grond van artikel 39, vijfde lid, AMAR, omdat er geen nieuwe functie beschikbaar was en zijn dienstverband niet langer nodig werd geacht.
Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen het ontslag, stellende dat hij niet adequaat was opgeroepen en dat een eerdere schikking hem recht gaf op extra uren. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de situatie ten tijde van het ontslag leidend was en dat de staatssecretaris bevoegd was het ontslag te verlenen.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad concludeerde dat de werkzaamheden van appellant in de relevante periode zeer beperkt waren en dat er geen oproep in werkelijke dienst had plaatsgevonden. De schikking uit 2017 gaf geen beletsel voor het ontslag. Het hoger beroep werd verworpen, het ontslag bleef gehandhaafd en appellant kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het eervol ontslag van appellant als reservist wordt bevestigd en gehandhaafd.