ECLI:NL:CRVB:2023:556
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning bijzondere bijstand voor matras als lening door college Rotterdam
Appellante verzocht bijzondere bijstand voor de aanschaf van een nieuw matras. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam kende deze bijstand toe als een geldlening, conform het gemeentelijk beleid dat bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen in principe als lening wordt verleend.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat het college bevoegd is om bijzondere bijstand als lening toe te kennen en dat het beleid niet onredelijk is. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het beleid niet consequent wordt toegepast en niet gepubliceerd zou zijn, en dat het gelijkheidsbeginsel wordt geschonden omdat anderen wel bijstand als gift ontvangen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de Beleidsregels wel degelijk gepubliceerd zijn en voor iedereen kenbaar zijn. Het college heeft het beleid correct toegepast en appellante heeft onvoldoende onderbouwd dat haar situatie vergelijkbaar is met die van anderen die een gift ontvingen. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagt niet.
De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het college mag bijzondere bijstand voor een matras als lening toekennen.