ECLI:NL:CRVB:2023:515
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming bestuursorgaan
Appellante stelde hoger beroep in tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Schiedam. Tijdens de procedure nam het college op 8 februari 2022 een nieuwe beslissing op bezwaar, waarin het volledig aan de bezwaren van appellante tegemoetkwam. Hierdoor trok appellante op 28 april 2022 het hoger beroep in en verzocht de Raad het college te veroordelen in de proceskosten.
De Raad stelde vast dat het onderzoek ter zitting achterwege kon blijven en sloot het onderzoek. Op grond van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht kan het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming worden veroordeeld in de proceskosten.
De Raad veroordeelde het college in de proceskosten die appellante redelijkerwijs heeft moeten maken, begroot op € 837,- voor het beroep en € 837,- voor het hoger beroep. Vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellante rechtstreeks bij het college claimen.
De uitspraak werd gedaan door C.E.M. Marsé, in aanwezigheid van griffier D. van der Boom, op 21 maart 2023.
Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders van Schiedam wordt veroordeeld tot betaling van € 1.674,- aan proceskosten aan appellante.