ECLI:NL:CRVB:2023:388
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herberekening verhoogde toelage-buitenland bij plaatsing van buitenland naar buitenland
Appellant was van juli 2012 tot juli 2017 geplaatst in België en vervolgens op Curaçao. Zijn zoon volgde een hbo-opleiding in België, waarvoor appellant een verhoogde toelage-buitenland ontving op grond van het Voorzieningenstelsel buitenland defensiepersoneel (VBD). Na beëindiging van de studie in augustus 2019 verzocht appellant om herberekening van de toelage over de periode van juli 2017 tot augustus 2019.
De staatssecretaris wees dit verzoek af omdat appellant niet voldeed aan de voorwaarden in artikel 9 van Pro het VBD voor die periode en zag geen aanleiding de hardheidsclausule in artikel 28 toe Pro te passen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en in hoger beroep werd dit standpunt bevestigd.
De Raad overwoog dat artikel 9 een Pro algemene regeling biedt voor defensieambtenaren die in het buitenland zijn geplaatst, ook bij verplaatsing van het ene buitenland naar het andere. De hardheidsclausule is bedoeld voor bijzondere individuele gevallen, wat hier niet aan de orde was. De keuze van appellant om naar Curaçao te verhuizen terwijl zijn zoon in België studeerde, rechtvaardigde geen afwijking.
Daarom mocht de staatssecretaris afzien van toepassing van de hardheidsclausule en werd het hoger beroep verworpen. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de herberekening van de verhoogde toelage-buitenland bevestigd.