Appellant heeft zich op 3 september 2019 gemeld voor bijstand en verzocht om toekenning met terugwerkende kracht vanaf 26 april 2019. Het college kende bijstand toe vanaf de meldingsdatum en wees terugwerkende kracht af. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep.
De Raad oordeelt dat appellant onvoldoende bewijs heeft geleverd voor een toezegging door een medewerker van het college dat bijstand met terugwerkende kracht zou worden verleend. Het enkele telefoongesprek op 2 september 2019, waarop appellant zich beroept, is niet onderbouwd met opname of verslag, en de kcc-medewerker ontkent een dergelijke toezegging.
Ook het dossier en het ingevulde aanvraagformulier ondersteunen de stelling van appellant niet. Zijn vriendin, die de toezegging zou hebben gehoord, is niet verschenen en leverde geen verklaring. Daarom wordt het beroep afgewezen en blijft de bijstand toegekend vanaf de meldingsdatum.