Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2023:281

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
15 februari 2023
Publicatiedatum
15 februari 2023
Zaaknummer
22/3329 WLZ
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:108 AwbArt. 6:24 AwbArt. 6:7 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens overschrijding beroepstermijn in sociale zekerheidszaak

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar het beroepschrift werd pas op 20 oktober 2022 ontvangen, terwijl de termijn zes weken na de eerste verzending van de uitspraak op 5 september 2022 liep.

De rechtbank had de uitspraak op 26 september 2022 nogmaals naar appellante gestuurd met de mededeling dat deze tweede verzending geen verlenging van de beroepstermijn betekende. Appellante voerde aan dat zij pas op 20 oktober contact kon opnemen met de rechtbank en toen werd geïnformeerd over de termijn, maar dit werd niet als een gegronde reden voor het verzuim erkend.

De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend en verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk zonder verdere inhoudelijke behandeling. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.

Uitspraak

Datum uitspraak: 15 februari 2023
22/3329 WLZ
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 2 september 2022, 21/2914 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] , de erve van [naam] , te [woonplaats] (appellante)
Zilveren Kruis Zorgkantoor N.V.

PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

OVERWEGINGEN

In artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat van de indiener van het beroepschrift een griffierecht wordt geheven. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Ingevolge artikel 6:24 van Pro de Awb in samenhang met de artikelen 6:7, 6:8, 6:9 en 6:11 van die wet geldt het volgende.
De termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt zes weken. Deze termijn gaat in met ingang van de dag na die waarop de aangevallen uitspraak door middel van de toezending van een afschrift aan partijen is bekendgemaakt.
Een beroepschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Bij verzending per post is een beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.
De uitspraak waartegen hoger beroep is ingesteld is bij aangetekende brief op
5 september 2022 in afschrift aan partijen toegezonden. De uitspraak is naar de rechtbank geretourneerd. Om te voldoen aan het bepaalde in artikel 8:38 van Pro de Awb heeft de rechtbank op 26 september 2022 de uitspraak nogmaals naar het adres van appellante gestuurd. In de begeleidende brief is uitdrukkelijk vermeld dat de tweede verzending van de uitspraak geen verandering brengt in de termijn voor het instellen van hoger beroep.
Het beroepschrift is op 20 oktober 2022 per e-mailbericht ontvangen. Op grond hiervan moet worden geoordeeld dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend.
Ten aanzien van een na afloop van de beroepstermijn ingediend beroepschrift blijft nietontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
Appellante heeft in het e-mailbericht van 20 oktober 2022 -kort gezegd- te kennen gegeven dat zij na de ontvangst van de uitspraak per gewone post niet eerder dan op 20 oktober 2022 contact heeft kunnen opnemen met de rechtbank, waarna haar zou zijn verteld dat zij nog diezelfde dag hoger beroep moest instellen.
Wat appellante heeft aangevoerd, bevat geen grond waarop redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest. In de brief van de rechtbank van
26 september 2022 is duidelijk uiteengezet dat hoger beroep dient te worden ingesteld binnen zes weken na 5 september 2022, de datum van de eerste -aangetekende- verzending van de uitspraak.
Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.
Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door D. Hardonk-Prins, in tegenwoordigheid van D. van der Boom als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 februari 2023.
(getekend) D. Hardonk-Prins
(getekend) D. van der Boom
Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.