ECLI:NL:CRVB:2023:2440
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering ondanks nieuwe ziekteoorzaak
Appellante, geboren in 1988, vroeg een Wajong-uitkering aan op grond van beperkingen door ziekte en psychische klachten die zij sinds haar achttiende had. Het UWV wees de aanvraag af omdat zij volgens verzekeringsgeneeskundig onderzoek op haar achttiende nog mogelijkheden tot arbeidsparticipatie had. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat haar arbeidsvermogen duurzaam was verloren door een nieuwe ziekteoorzaak, neurasthenie/surmenage, die tijdens haar studie was vastgesteld. Het UWV en de Raad oordeelden echter dat deze diagnose niet los kan worden gezien van haar eerdere psychische problematiek en dat het verlies van arbeidsvermogen pas na de vijfjaarstermijn is opgetreden, waardoor zij niet in aanmerking komt voor een Wajong-uitkering.
De Raad passeerde het motiveringsgebrek in het bestreden besluit met toepassing van artikel 6:22 Awb Pro, omdat appellante niet benadeeld was. Het hoger beroep werd afgewezen, de aangevallen uitspraak bevestigd en het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering en veroordeelt het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.