ECLI:NL:CRVB:2023:2055
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft een WIA-uitkering aangevraagd na ziekmelding met lichamelijke en psychische klachten. Het UWV stelde op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat zij 33,68% arbeidsongeschikt was, waardoor de uitkering werd geweigerd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen correct waren vastgesteld.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar psychische klachten en beperkingen werden onderschat en dat zij later volledig arbeidsongeschikt werd verklaard. De Raad oordeelt echter dat de latere verslechtering na de datum in geding (5 juni 2019) niet relevant is voor de beoordeling van de arbeidsongeschiktheid op die datum. De medische stukken ondersteunen dat de toename van klachten pas na die datum plaatsvond en dat de geselecteerde functies passend zijn.
De Raad concludeert dat het UWV terecht de WIA-uitkering heeft geweigerd en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Appellante krijgt geen proceskostenvergoeding of griffierecht terug. De beslissing is genomen na zorgvuldige behandeling van de medische en arbeidskundige aspecten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is.