Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2023:1949

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
11 oktober 2023
Publicatiedatum
20 oktober 2023
Zaaknummer
22/3594 AOW-PV
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21 NMVAlgemene OuderdomswetAlgemeen Verdrag inzake Sociale Zekerheid tussen Nederland en Marokko van 14 februari 1972
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag AOW-pensioen wegens ontbreken verzekerings- en woonperioden in Nederland

Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een AOW-pensioen, maar deze werd afgewezen omdat zij niet in Nederland heeft gewoond of gewerkt en ook niet op andere gronden zelf verzekerd was voor de AOW. Haar echtgenoot was wel verzekerd voor de AOW in een periode van 1965 tot 1967, maar het huwelijk met appellante vond pas in 1971 plaats, waardoor deze verzekeringsperiode niet aan haar kan worden gelijkgesteld.

De Sociale Verzekeringsbank (Svb) heeft het bezwaar van appellante tegen de afwijzing ongegrond verklaard. De rechtbank Amsterdam heeft deze beslissing bevestigd en de motivering van de Svb onderschreven. Appellante voerde aan dat zij ziek is, geen inkomen heeft en hoge medische kosten maakt, maar deze persoonlijke omstandigheden leiden niet tot een recht op AOW-pensioen volgens de geldende wet- en regelgeving.

De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep van appellante ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Raad erkent de moeilijke positie van appellante, maar benadrukt dat de wettelijke criteria voor het verkrijgen van een AOW-pensioen niet zijn vervuld. Tegen deze uitspraak staat cassatie open bij de Hoge Raad der Nederlanden.

Uitkomst: De aanvraag om AOW-pensioen van appellante wordt afgewezen wegens ontbreken van verzekerings- en woonperioden in Nederland.

Uitspraak

22.3594 AOW-PV

Datum uitspraak: 11 oktober 2023
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 21 oktober 2022, 22/1461 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats], Marokko (appellante)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
Zitting heeft: M.A.H. van Dalen-van Bekkum, als lid van de enkelvoudige kamer
Griffier: S.S. Blok
Ter zitting zijn partijen niet verschenen.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
Appellante is in 1971 gehuwd met [naam echtgenoot]. [naam echtgenoot] is in Nederland verzekerd geweest voor de Algemene Ouderdomswet (AOW) van 15 mei 1965 tot en met 6 oktober 1967. Op [datum 1] 2016 is hij in Marokko overleden.
Appellante heeft op [datum 2] 2021 haar pensioengerechtigde leeftijd bereikt. Bij besluit van 25 augustus 2021 is haar aanvraag om een AOW-pensioen afgewezen. Bij het bestreden besluit van 1 februari 2022 heeft de Svb het bezwaar hiertegen ongegrond verklaard. Appellante heeft niet in Nederland gewoond of gewerkt. Zij is ook niet om een andere reden zelf verzekerd geweest voor de AOW. Ook kan het tijdvak waarin [naam echtgenoot] verzekerd was voor de AOW voor haar niet worden gelijkgesteld met een tijdvak van verzekering. Dat zou alleen kunnen als appellante toen al met [naam echtgenoot] gehuwd was geweest. Dit huwelijk heeft echter pas later, in 1971, plaatsgevonden. Daarom kunnen aan haar geen gelijkgestelde tijdvakken op grond van artikel 21 van Pro het NMV [1] worden toegekend. Zij heeft daarom geen recht op een ouderdomspensioen.
De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft de motivering van de Svb voor de afwijzing van de aanvraag om AOW-pensioen onderschreven.
Appellante is het met die uitspraak van de rechtbank niet eens. Zij heeft aangevoerd dat haar echtgenoot een uitkering ontving, dat zijzelf ziek is en dat zij geen inkomen heeft, terwijl ze wel hoge medische kosten moet maken.
De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en de gronden waarop dit berust. De Raad heeft begrip voor de positie van appellante. Haar argumenten kunnen er echter niet toe leiden dat zij, in strijd met de AOW en het NMV, recht heeft op een AOW-pensioen.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) S.S. Blok (getekend) M.A.H. van Dalen-van Bekkum
Voor eensluidend afschrift
de griffier van de
Centrale Raad van Beroep
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH Den Haag) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen over het begrip verzekerde.

Voetnoten

1.Algemeen Verdrag inzake Sociale Zekerheid tussen Nederland en Marokko van 14 februari 1972.