ECLI:NL:CRVB:2023:1731
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking boetebesluit door CAK
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een boetebesluit van het CAK van 26 februari 2018. Tijdens de procedure heeft het CAK het boetebesluit ingetrokken, waarmee het bestuursorgaan volledig tegemoet is gekomen aan de bezwaren van appellante.
Naar aanleiding van de intrekking heeft appellante het hoger beroep ingetrokken en verzocht om proceskostenvergoeding. De Centrale Raad van Beroep heeft het verzoek beoordeeld zonder zitting, gezien de intrekking en het feit dat het CAK het boetebesluit niet handhaaft.
De Raad heeft geoordeeld dat het CAK op grond van de Awb veroordeeld moet worden in de proceskosten die appellante redelijkerwijs heeft moeten maken in bezwaar, beroep en hoger beroep. De totale proceskostenvergoeding is vastgesteld op € 3.705,-, waarbij rekening is gehouden met de puntentelling uit het Besluit proceskosten bestuursrecht en de recente wijziging van het Bpb per 1 januari 2023.
De uitspraak is gedaan door rechter D. Hardonk-Prins, in aanwezigheid van griffier A. Giesen, en is uitgesproken in het openbaar op 5 september 2023.
Uitkomst: Het CAK wordt veroordeeld tot betaling van € 3.705,- aan proceskosten aan appellante.