ECLI:NL:CRVB:2023:1731

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
5 september 2023
Publicatiedatum
7 september 2023
Zaaknummer
20/2231 ZVW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking boetebesluit door CAK

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een boetebesluit van het CAK van 26 februari 2018. Tijdens de procedure heeft het CAK het boetebesluit ingetrokken, waarmee het bestuursorgaan volledig tegemoet is gekomen aan de bezwaren van appellante.

Naar aanleiding van de intrekking heeft appellante het hoger beroep ingetrokken en verzocht om proceskostenvergoeding. De Centrale Raad van Beroep heeft het verzoek beoordeeld zonder zitting, gezien de intrekking en het feit dat het CAK het boetebesluit niet handhaaft.

De Raad heeft geoordeeld dat het CAK op grond van de Awb veroordeeld moet worden in de proceskosten die appellante redelijkerwijs heeft moeten maken in bezwaar, beroep en hoger beroep. De totale proceskostenvergoeding is vastgesteld op € 3.705,-, waarbij rekening is gehouden met de puntentelling uit het Besluit proceskosten bestuursrecht en de recente wijziging van het Bpb per 1 januari 2023.

De uitspraak is gedaan door rechter D. Hardonk-Prins, in aanwezigheid van griffier A. Giesen, en is uitgesproken in het openbaar op 5 september 2023.

Uitkomst: Het CAK wordt veroordeeld tot betaling van € 3.705,- aan proceskosten aan appellante.

Uitspraak

Datum uitspraak: 5 september 2023
20/2231 ZVW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 2 juni 2020, 18/6369 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
Centraal Administratie Kantoor (het CAK)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. R. Küçükünal, advocaat, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
Bij bericht van 28 juli 2022 heeft het CAK laten weten dat het boetebesluit van 26 februari
2018 wordt ingetrokken.
Bij bericht van 21 september 2022 heeft mr. Küçükünal namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het CAK te veroordelen in de proceskosten.
Het CAK heeft gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Vastgesteld wordt dat mr. Küçükünal het hoger beroep heeft ingetrokken naar aanleiding van de e-mail van het CAK van 28 juli 2022, waarin hij heeft meegedeeld dat het boetebesluit van 26 februari 2018 niet wordt gehandhaafd. Hiermee is het CAK aan de bezwaren van appellante tegemoet gekomen.
Het CAK wordt daarom veroordeeld in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het bezwaar, het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken.
Het CAK heeft laten weten akkoord te gaan met een vergoeding van
€ 2.705,- (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift, 1 punt voor het verschijnen op de hoorzitting, 1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, en 1 punt voor het indienen van het hoger beroepschrift).
De kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, en conform de hierboven weergegeven puntentelling, begroot op € 1.194,- in bezwaar, € 1.674,- in beroep en € 837,- in hoger beroep. Als gevolg van de onmiddellijke werking van de wijziging van het Bpb per 1 januari 2023 is het bedrag van de proceskosten hoger dan door het CAK was berekend.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het CAK in de kosten van appellante tot een bedrag van € 3.705,-.
Deze uitspraak is gedaan door D. Hardonk-Prins, in tegenwoordigheid van A. Giesen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 5 september 2023.