ECLI:NL:CRVB:2023:1729
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Groningen. Volgens artikel 8:41 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is griffierecht verschuldigd bij het indienen van een beroepschrift, en dit is ook van toepassing op hoger beroep volgens artikel 8:108 Awb Pro. Appellant werd bij brief van 1 oktober 2022 gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht van €136,- en kreeg een betalingstermijn van 28 dagen.
Appellant vroeg vervolgens om vrijstelling van betaling wegens betalingsonmacht, maar dit verzoek werd bij brief van 29 december 2022 afgewezen. Hierna ontving appellant nogmaals een aanmaning om het griffierecht binnen vier weken te betalen, met de waarschuwing dat bij niet-betaling het beroep niet inhoudelijk behandeld zou worden.
Ondanks een hernieuwd verzoek om heroverweging van de afwijzing van de vrijstelling en een nieuwe betalingstermijn, heeft appellant het griffierecht niet voldaan. De Raad concludeert dat appellant in verzuim is en verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.