ECLI:NL:CRVB:2023:1619
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens volledige tegemoetkoming
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam. Vervolgens trok appellant het hoger beroep in nadat het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam volledig tegemoet was gekomen aan de verzoeken van appellant, onder meer door een medische keuring te laten plaatsvinden waarbij appellant tijdelijk werd ontheven van loonvormende arbeid en maatschappelijke participatie.
Het college zag geen materieel belang meer in het hoger beroep en gaf aan geen verweer te zullen voeren tegen een verzoek om veroordeling in de proceskosten. Op grond van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep worden veroordeeld in de proceskosten indien het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk tegemoet is gekomen.
De Centrale Raad van Beroep veroordeelde het college in de proceskosten van appellant, begroot op in totaal €3.705,- voor bezwaar, beroep en hoger beroep. Tevens moet het college het betaalde griffierecht van €182,- voor beroep en hoger beroep aan appellant vergoeden. Het onderzoek ter zitting werd achterwege gelaten omdat het college geen verweerschrift had ingediend.
De uitspraak werd gedaan door C.E.M. Marsé namens de Centrale Raad van Beroep op 22 augustus 2023.
Uitkomst: Het college wordt veroordeeld in de proceskosten van appellant en moet het betaalde griffierecht vergoeden.