ECLI:NL:CRVB:2023:1375
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming bestuursorgaan
Appellant heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam. Het college nam op 18 oktober 2022 een nieuwe beslissing op bezwaar waarin het appellant de gevorderde wettelijke rente toekende. Naar aanleiding hiervan trok appellant het beroep in en verzocht de Raad om het college te veroordelen in de proceskosten en vergoeding van het griffierecht.
De Raad stelde vast dat het beroep was ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel aan appellant tegemoet was gekomen. Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht kan het bestuursorgaan op verzoek van appellant in de kosten worden veroordeeld. De Raad stelde het gewicht van de zaak vast op zeer licht tot licht, vanwege de beperkte aard van het geschil en het feit dat appellant eerst het college had kunnen benaderen.
De Raad veroordeelde het college in de proceskosten tot een bedrag van € 209,25, gebaseerd op een wegingsfactor van 0,25. Voor restitutie van het griffierecht werd appellant verwezen naar het college. De uitspraak werd gedaan door C.E.M. Marsé op 18 juli 2023.
Uitkomst: Het college wordt veroordeeld in de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 209,25.