ECLI:NL:CRVB:2023:1359
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. Volgens artikel 8:41 van Pro de Algemene wet bestuursrecht dient bij het indienen van een beroepschrift griffierecht betaald te worden. De gemachtigde van appellante is meerdere malen schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €136,- binnen de gestelde termijnen.
Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet tijdig betaald. De Centrale Raad van Beroep oordeelt op basis van de beschikbare gegevens dat appellante in verzuim is geweest. Hierdoor is het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke behandeling van de zaak.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter C.E.M. Marsé, in aanwezigheid van griffier D. van der Boom, en uitgesproken op 12 juli 2023.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.