ECLI:NL:CRVB:2023:1345
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding bij AOW-uitspraak
Appellant heeft tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam hoger beroep ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. De aangevallen uitspraak is op 19 december 2022 aan partijen toegezonden, waarna de beroepstermijn van zes weken op 30 januari 2023 afliep. Het beroepschrift van appellant is echter pas op 9 februari 2023 gedateerd en op 10 februari 2023 ter post bezorgd, waardoor het niet tijdig is ingediend.
De Raad heeft appellant verzocht een verklaring te geven voor de overschrijding van de termijn. Appellant gaf aan dat de vertraging te wijten was aan de postdienst en dat het beroepschrift tijdig was geschreven en verzonden. De Raad oordeelde dat dit geen gegronde reden is om het verzuim te verontschuldigen, omdat het beroepschrift zowel na de uiterste datum was gedateerd als gepost.
Daarom is het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard zonder verdere inhoudelijke behandeling. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum, in aanwezigheid van griffier E. Blijleven, en op 13 juli 2023 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige indiening van het beroepschrift.