ECLI:NL:CRVB:2023:1307

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
11 juli 2023
Publicatiedatum
11 juli 2023
Zaaknummer
22 / 1878
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:24 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken aangevallen uitspraak

Appellante heeft bij de Centrale Raad van Beroep gelijktijdig een hogerberoepschrift en een verzetschrift ingediend, maar heeft nagelaten een kopie van de aangevallen uitspraak te overleggen. Dit is een vereiste volgens artikel 6:5 Awb Pro en artikel 6:24 Awb Pro.

De Raad heeft appellante meerdere malen schriftelijk verzocht binnen gestelde termijnen de ontbrekende stukken aan te leveren, maar appellante heeft deze kansen ongebruikt voorbij laten gaan. Hierdoor kon de Raad niet vaststellen tegen welk besluit het hoger beroep was gericht, noch wie het verwerende bestuursorgaan was of op welke wetgeving het geschil betrekking had.

Gezien het ontbreken van de aangevallen uitspraak en het uitblijven van een verontschuldiging voor dit verzuim, verklaart de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van de aangevallen uitspraak.

Uitspraak

Datum uitspraak: 11 juli 2023
22/1878
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)

PROCESVERLOOP

Appellante heeft bij de Raad gelijktijdig een hogerberoepschrift en een verzetschrift ingediend.

OVERWEGINGEN

Artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder c, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat het beroepschrift wordt ondertekend en ten minste een omschrijving van het besluit waartegen het beroep is gericht bevat. In het tweede lid is bepaald dat bij het beroepschrift zo mogelijk een afschrift van het besluit waarop het geschil betrekking heeft, wordt overgelegd. Ingevolge artikel 6:24 van Pro de Awb zijn deze bepalingen van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Bij het ingediende beroepschrift en verzetschrift is geen aangevallen uitspraak overlegd. Evenmin is eruit af te leiden wie het verwerende bestuursorgaan zou moeten zijn of op welke wetgeving het geschil betrekking heeft.
Bij brief van 15 juni 2022 is appellante in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen vier weken te herstellen.
Appellante heeft deze termijn ongebruikt voorbij laten gaan.
Bij brief van 22 juli 2022 is appellante nogmaals in de gelegenheid gesteld de aangevallen uitspraak in te zenden. Daarbij is een termijn van twee weken gesteld.
Appellante heeft ook deze termijn ongebruikt voorbij laten gaan.
Bij brief van 15 augustus 2022 is appellante herinnerd aan de twee voorgaande brieven en wederom een termijn van twee weken gegund.
Ook deze termijn heeft appellante ongebruikt voorbij laten gaan.
Bij aangetekende brief van 7 december 2022 is appellante nogmaals de gelegenheid geboden de aangevallen uitspraak in te zenden. Daarbij is een termijn van vier weken gesteld en is zij erop gewezen dat zij er rekening mee moet houden dat de zaak niet inhoudelijk zal worden behandeld.
De Raad heeft niet van appellante mogen vernemen.
De Raad heeft hierdoor niet kunnen vaststellen om welke aangevallen uitspraak het gaat. Niet is gebleken van redenen die een verontschuldiging vormen voor het verzuim van appellante.
Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.
Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door C.E.M. Marsé, in tegenwoordigheid van D. van der Boom als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 11 juli 2023.
(getekend) C.E.M. Marsé
(getekend) D. van der Boom
Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.