ECLI:NL:CRVB:2023:1200
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling griffierecht
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam. Volgens artikel 8:41 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet een griffierecht worden betaald bij het indienen van een beroepschrift, en overeenkomstig artikel 8:108 Awb Pro geldt dit ook voor hoger beroep.
Appellante is bij brief van 31 augustus 2022 en opnieuw bij aangetekende brief van 1 oktober 2022 gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €136,- binnen respectievelijk 28 dagen en vier weken. Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet binnen de gestelde termijnen betaald.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellante in verzuim is en verklaart het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk zonder inhoudelijke behandeling. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door D. Hardonk-Prins, met D. van der Boom als griffier, en uitgesproken op 28 juni 2023.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.