ECLI:NL:CRVB:2023:1180

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
21 juni 2023
Publicatiedatum
26 juni 2023
Zaaknummer
23 / 416 WSFBSF
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:24 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsgronden in socialezekerheidszaak

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar het ingediende beroepschrift bevatte geen gronden zoals vereist volgens artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De gemachtigde van appellante werd bij brief van 8 februari 2023 in de gelegenheid gesteld dit te herstellen binnen vier weken. Na een verlenging van vier weken werd nogmaals een termijn gesteld tot vier weken na 16 maart 2023, met de waarschuwing dat overschrijding zou leiden tot niet-ontvankelijkheid.

De gemachtigde liet deze termijn ongebruikt voorbijgaan, waarna op 19 april 2023 alsnog gronden werden ingediend, maar dit was te laat. Er waren geen verontschuldigingen voor het verzuim. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk was en besloot zonder inhoudelijke behandeling.

Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door D. Hardonk-Prins in aanwezigheid van griffier D. van der Boom op 21 juni 2023. Tegen deze uitspraak staat verzet open binnen zes weken na verzending.

Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van tijdig ingediende beroepsgronden.

Uitspraak

Datum uitspraak: 21 juni 2023
23/416 WSFBSF
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van
27 december 2022, 22/1032
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. P.S. Folsche, advocaat, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

OVERWEGINGEN

In artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), is bepaald dat het beroepschrift de gronden van het beroep dient te bevatten. Ingevolge artikel 6:24 van Pro de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Het ingediende beroepschrift bevat geen gronden.
Bij brief van 8 februari 2023 is de gemachtigde van appellante in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen vier weken te herstellen.
Op 7 maart 2023 heeft gemachtigde van appellante verzocht om de termijn voor het indienen van de gronden eenmaal met vier weken te verlengen.
Bij aangetekende brief van 16 maart 2023 is kenbaar gemaakt dat het gevraagde uitstel is verleend en dat nader uitstel niet meer verleend zal worden. Hierbij is nogmaals de gelegenheid geboden de beroepsgronden in te dienen en wel binnen vier weken na de datum van de brief van 16 maart 2023 en is gemachtigde van appellante erop gewezen dat overschrijding van die termijn tot gevolg zal hebben dat de zaak niet inhoudelijk wordt behandeld.
De gemachtigde van appellante heeft deze termijn ongebruikt voorbij laten gaan.
Bij brief van 19 april 2023 heeft gemachtigde van appellante alsnog de gronden van het hoger beroep ingezonden. Dit is echter na het verstrijken van de gestelde termijn.
Niet is gebleken van redenen die een verontschuldiging vormen voor dit verzuim. Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.
Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door D. Hardonk-Prins, in tegenwoordigheid van D. van der Boom als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 juni 2023.
(getekend) D. Hardonk-Prins
(getekend) D. van der Boom
Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.