ECLI:NL:CRVB:2023:1180
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsgronden in socialezekerheidszaak
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar het ingediende beroepschrift bevatte geen gronden zoals vereist volgens artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De gemachtigde van appellante werd bij brief van 8 februari 2023 in de gelegenheid gesteld dit te herstellen binnen vier weken. Na een verlenging van vier weken werd nogmaals een termijn gesteld tot vier weken na 16 maart 2023, met de waarschuwing dat overschrijding zou leiden tot niet-ontvankelijkheid.
De gemachtigde liet deze termijn ongebruikt voorbijgaan, waarna op 19 april 2023 alsnog gronden werden ingediend, maar dit was te laat. Er waren geen verontschuldigingen voor het verzuim. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk was en besloot zonder inhoudelijke behandeling.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door D. Hardonk-Prins in aanwezigheid van griffier D. van der Boom op 21 juni 2023. Tegen deze uitspraak staat verzet open binnen zes weken na verzending.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van tijdig ingediende beroepsgronden.