ECLI:NL:CRVB:2023:118
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift niet-ontvankelijk wegens overschrijding bezwaartermijn AOW-pensioen
Appellant heeft op 16 juli 2020 een AOW-pensioen aangevraagd bij de Sociale verzekeringsbank (Svb). Op 30 oktober 2020 kreeg hij te horen dat hij geen recht heeft op AOW omdat hij niet in Nederland verzekerd was geweest. Appellant diende op 25 februari 2021 een bezwaarschrift in, dat pas op 7 mei 2021 bij de Svb werd ontvangen. De Svb verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond omdat het bezwaarschrift te laat was ingediend en appellant geen verschoonbare reden gaf voor de overschrijding. In hoger beroep benadrukte appellant zijn woon- en werkverleden in Nederland en zijn recht op AOW, maar gaf geen verklaring voor de late indiening.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef de overwegingen van de rechtbank en bevestigde dat het bezwaar niet-ontvankelijk is wegens te late indiening. De inhoudelijke beoordeling van het recht op AOW kon daardoor niet plaatsvinden. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het bezwaar is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.