ECLI:NL:CRVB:2022:510
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit over 10 uur per week individuele begeleiding op grond van de Jeugdwet
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Groningen om voor de periode van 1 september 2018 tot en met 31 augustus 2019 een voorziening voor jeugdhulp toe te kennen van 10 uur per week individuele begeleiding basis (informele zorg) in de vorm van een persoonsgebonden budget.
De rechtbank Noord-Nederland heeft het beroep ongegrond verklaard, stellende dat het onderzoek van het college zorgvuldig was en dat er geen aanwijzingen waren dat de zorgbehoefte van appellant was toegenomen. Appellant voerde in hoger beroep aan dat een door zijn moeder opgesteld urenoverzicht, een sociaal emotioneel onderzoek en een Wlz-indicatie van januari 2021 aantonen dat 10 uur per week onvoldoende is.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank en voegt toe dat het college deze stukken heeft betrokken bij het onderzoek en voldoende heeft gemotiveerd waarom deze niet leiden tot een ander oordeel. Tevens benadrukt de Raad dat de Wet langdurige zorg een ander beoordelingskader kent dan de Jeugdwet, waardoor de Wlz-indicatie geen doorslaggevende betekenis heeft.
Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot toekenning van 10 uur per week individuele begeleiding basis op grond van de Jeugdwet.