ECLI:NL:CRVB:2022:51
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsgronden in WMO-zaak
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Gelderland in een zaak betreffende de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO). Het beroepschrift bevatte echter geen beroepsgronden, hetgeen een vereiste is volgens artikel 6:5 Awb Pro. De gemachtigde van appellante is hierop meerdere malen gewezen en kreeg twee termijnen om alsnog de gronden in te dienen, maar heeft deze termijnen ongebruikt laten verstrijken.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellante daardoor in verzuim is en verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de zaak niet inhoudelijk wordt behandeld. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 5 januari 2022. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken schriftelijk verzet worden ingesteld.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden.