ECLI:NL:CRVB:2022:486

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
22 februari 2022
Publicatiedatum
8 maart 2022
Zaaknummer
19/2457 PW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:108 AwbArt. 8:57 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking hoger beroep wegens geen tegemoetkomend besluit

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Tilburg inzake terugvordering van bijstand. Na volledige aflossing van de vordering en beëindiging van het loonbeslag heeft appellante het hoger beroep ingetrokken en verzocht om proceskostenvergoeding.

De Centrale Raad van Beroep heeft overwogen dat op grond van artikel 8:75a Awb alleen proceskosten kunnen worden toegewezen indien het bestuursorgaan een tegemoetkomend besluit heeft genomen. Het college heeft het bestreden besluit van 3 januari 2019, waarin het bezwaar van appellante ongegrond werd verklaard, niet ingetrokken of herzien.

Daarom is geen sprake van een tegemoetkomend besluit en wordt het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen. Het onderzoek ter zitting is achterwege gelaten en de uitspraak is in het openbaar gedaan op 22 februari 2022.

Uitkomst: Verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat het college geen tegemoetkomend besluit heeft genomen.

Uitspraak

Datum uitspraak: 22 februari 2022
19/2457 PW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 7 mei 2019, 19/461 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg (college)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. J.L.A.M. van Os, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Bij brief van 10 september 2021 heeft het college de Raad meegedeeld dat de vordering op appellante volledig is afgelost en het loonbeslag van appellante is beëindigd.
Bij brief van 15 september 2021 heeft mr. Van Os namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het college te veroordelen in de proceskosten.
Het college heeft gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Namens appellante is het hoger beroep ingetrokken omdat de vordering op appellante volledig is afgelost en het loonbeslag is beëindigd.
Bij het bestreden besluit van 3 januari 2019 heeft het college onder meer het bezwaar van appellante tegen de terugvordering van de over de periode van 1 januari 2017 tot en met 30 april 2017 teveel ontvangen bijstand ongegrond verklaard. Dit besluit heeft het college niet ingetrokken of herzien.
Nu het college aldus geen tegemoetkomend besluit in de zin van artikel 8:75a van de Awb heeft genomen, dient het verzoek om een proceskostenveroordeling te worden afgewezen.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af.
Deze uitspraak is gedaan door E.C.R. Schut, in tegenwoordigheid van K.R. van Renswoude als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 22 februari 2022.
(getekend) E.C.R. Schut
(getekend) K.R. van Renswoude