ECLI:NL:CRVB:2022:479
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde inkomsten uit postzegelhandel
Appellant ontving bijstand op grond van de Participatiewet van mei 2016 tot november 2017 en had daarnaast inkomsten uit postzegelhandel die hij niet aan het college heeft gemeld, waarmee hij zijn inlichtingenverplichting schond.
Het college trok de bijstand met terugwerkende kracht in en vorderde de kosten terug. Appellant leverde tijdens bezwaar en hoger beroep aanvullende stukken aan, waaronder bankafschriften en een kasboek, maar kon geen betrouwbare reconstructie van zijn inkomsten overleggen. Ook ontbraken gegevens over betalingen van huur en transacties via PayPal.
De Raad oordeelde dat zonder verifieerbare informatie het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld, ook niet schattenderwijs, en bevestigde daarom de intrekking en terugvordering. Het beroep van appellant dat het terugvorderingsbedrag onredelijk hoog zou zijn, werd verworpen omdat de inkomsten aantoonbaar boven de bijstandsnorm lagen.
De uitspraak van de rechtbank Den Haag werd daarmee bekrachtigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet gemelde inkomsten uit postzegelhandel wordt bevestigd.