ECLI:NL:CRVB:2022:273
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsgronden in sociale zekerheidszaak
In deze zaak heeft appellante hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Overijssel. De gemachtigde van appellante heeft echter nagelaten om de vereiste beroepsgronden in te dienen, ondanks meerdere aanmaningen en verlengingen van de termijn door de Centrale Raad van Beroep.
De Raad heeft appellante bij brief van 5 november 2021 nogmaals een termijn van vier weken gegeven om de beroepsgronden in te dienen, met de waarschuwing dat bij uitblijven van reactie de zaak niet inhoudelijk zou worden behandeld. Deze termijn is eveneens ongebruikt voorbijgegaan en de gemachtigde heeft zich vervolgens op 17 december 2021 aan de zaak onttrokken.
Omdat geen verontschuldigbare redenen voor het verzuim zijn gebleken, verklaart de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 1 februari 2022 door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet indienen van beroepsgronden.