ECLI:NL:CRVB:2022:2670
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming bestuursorgaan
Appellant stelde hoger beroep in tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam. Kort daarna trok appellant het hoger beroep in, omdat het college had besloten het primaire besluit en daaropvolgende besluiten in te trekken, waardoor de herziening en terugvordering vervielen. Het reeds betaalde bedrag door appellant zou worden terugbetaald.
Het college gaf aan geen verweer te voeren tegen het verzoek van appellant om proceskosten te vergoeden. De Raad stelde vast dat op grond van de Algemene wet bestuursrecht het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming aan de indiener van het beroepschrift op verzoek kan worden veroordeeld in de proceskosten.
De Raad besloot het college te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten van appellant, begroot op € 2.277,-, bestaande uit kosten in beroep en hoger beroep. Voor het betaalde griffierecht kan appellant zich rechtstreeks tot het college wenden. De uitspraak werd gedaan door C.E.M. Marsé op 13 december 2022.
Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam wordt veroordeeld tot betaling van € 2.277,- aan appellant ter vergoeding van proceskosten.