ECLI:NL:CRVB:2022:2669
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking bestuursbesluit door gemeente
Appellant stelde hoger beroep in tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente 's-Gravenhage. Het college trok het primaire besluit van 28 november 2018 in, waarmee zij tegemoetkwamen aan de bezwaren van appellant. Vervolgens trok appellant het hoger beroep in en verzocht de Raad het college te veroordelen in de proceskosten.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat op grond van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht het bestuursorgaan bij intrekking van het besluit en het beroep op verzoek van de indiener in de kosten kan worden veroordeeld. Het college achtte het niet onredelijk om in de proceskosten te worden veroordeeld.
De Raad veroordeelde het college in de proceskosten die appellant redelijkerwijs heeft moeten maken, begroot op € 1.518,- in beroep en € 759,- in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand. De vergoeding van het griffierecht kan appellant rechtstreeks bij het college claimen. De uitspraak werd gedaan door rechter C.E.M. Marsé op 13 december 2022.
Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders wordt veroordeeld in de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 2.277,-.