ECLI:NL:CRVB:2022:2604
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift niet tijdig ingediend leidt tot niet-ontvankelijkverklaring
Appellant diende op 10 december 2019 een aanvraag in voor een tegemoetkoming voor personen met een chronische ziekte of beperking over 2018. Het college verleende op 10 maart 2020 een tegemoetkoming voor 2019. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar diende het bezwaarschrift niet binnen de wettelijke termijn van zes weken in, namelijk uiterlijk 21 april 2020.
Het college verklaarde het bezwaar op 15 juni 2020 niet-ontvankelijk wegens te late indiening zonder verschoonbare reden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat hij het bezwaarschrift tijdig op 21 april 2020 in de brievenbus van het stadskantoor had gedeponeerd, ondanks een poststempel van 22 april 2020.
De Raad oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat het bezwaarschrift daadwerkelijk tijdig was ingediend. De enkele stelling volstond niet, en de situatie was niet vergelijkbaar met eerdere arresten waarin poststukken in het ongerede waren geraakt. Ook was geen sprake van verschoonbare termijnoverschrijding, bijvoorbeeld door COVID-19 omstandigheden.
Daarom bevestigde de Raad de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Een inhoudelijke beoordeling van de tegemoetkoming voor 2018 kon niet plaatsvinden. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het bezwaarschrift is niet tijdig ingediend en het bezwaar is niet-ontvankelijk verklaard.