ECLI:NL:CRVB:2022:2518
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdig betalen griffierecht
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. Volgens artikel 8:41 Awb Pro is het betalen van griffierecht verplicht bij het indienen van een beroepschrift, en deze verplichting geldt ook voor hoger beroep op grond van artikel 8:108 Awb Pro.
De gemachtigde van appellant is op 5 mei 2022 en opnieuw op 5 juni 2022 schriftelijk gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht van €136,- en de uiterste betaaldatum. Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet binnen de gestelde termijn voldaan.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant in verzuim is en verklaart het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter D. Hardonk-Prins en griffier M.C.G. van Dijk op 23 november 2022.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.