ECLI:NL:CRVB:2022:2399
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsgronden en niet betalen griffierecht
Appellante, de erven van een persoon woonachtig in Marokko, stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam. De Raad wees appellante bij meerdere brieven op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €134,- binnen gestelde termijnen. Ondanks herhaalde aanmaningen werd het griffierecht niet voldaan.
Daarnaast bevatte het ingediende beroepschrift geen inhoudelijke beroepsgronden, hetgeen ook bij brief werd gemeld met een mogelijkheid tot herstel binnen vier weken. Appellante heeft deze termijn onbenut gelaten. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het indienen van gronden en betaling van griffierecht vereiste voor ontvankelijkheid.
Gezien het uitblijven van betaling en het ontbreken van beroepsgronden is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 9 november 2022.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden en niet betaling van het griffierecht.